Kattenziekte

Oorzaak

Kattenziekte is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door het Feline Panleukopenie-virus. Dit virus is sterk verwant aan het Parvo-virus bij de hond. Katten kunnen besmet worden met kattenziekte door direct of indirect (dus bijvoorbeeld via kleding van de eigenaar) contact met een besmette kat. Aangezien het virus jarenlang in de omgeving kan overleven en aangezien het een zeer agressief virus betreft is kattenziekte een uiterst besmettelijke en gevreesde ziekte.

Kattenziekte kan op alle leeftijden voorkomen. Echter, vaccinatie tegen kattenziekte veroorzaakt een langdurige en sterke bescherming, waardoor het virus eigenlijk alleen vrij spel heeft bij kittens die nog niet gevaccineerd zijn. Bij een uitbraak van kattenziekte kunnen helaas ook volwassen katten die niet goed zijn gevaccineerd sterven aan de gevolgen van kattenziekte. Besmetting van drachtige poezen kan leiden tot abortus. Het is echter ook mogelijk dat de ongeboren kittens geïnfecteerd worden in de baarmoeder.

 

Symptomen

Twee tot zes dagen nadat een gevoelige kat met het virus in aanraking is gekomen wordt het dier lusteloos, krijgt koorts en wil niet meer eten en drinken. Heftig braken en waterdunne (soms bloederige) diarree treden op de voorgrond. Zeker bij jonge kittens leidt dit al snel tot uitdroging en zeker 70-80% van de zieke dieren sterft binnen enkele dagen ondanks een reeds ingestelde behandeling!

Bij gevoelige kittens kan ook een zeer snel verloop voorkomen, waarbij de kittens zonder voorgaande ziekte-symptomen plotseling sterven.

Kittens die de infectie hebben opgelopen in de baarmoeder vertonen zogenaamde cerebellaire hypoplasie, hetgeen betekent dat de kleine hersenen niet goed zijn ontwikkeld. De hersenen zijn permanent beschadigd en er is geen kans op herstel. Aangetaste dieren vertonen incoördinatie en levenslange tremoren (trillingen).

 

Diagnose

Bij een verdenking op kattenziekte dient verse ontlasting van een verdacht dier getest te worden. De ontlasting wordt uit de anus gehaald met een vochtig wattenstaafje. Vervolgens wordt de ontlasting onderzocht op de aanwezigheid van antistoffen tegen het Parvo-virus. Deze test is ontwikkeld voor het Parvo-virus bij honden, maar is ook werkzaam bij kattenziekte. De enige kanttekening bij de test is dat de test vals-positief (dus de test zegt dat het dier kattenziekte heeft, maar dat is niet juist) kan zijn wanneer de kat in de afgelopen 7-10 dagen is gevaccineerd tegen kattenziekte. De enting vertekent dan als het ware de testuitslag.

 

Behandeling

Aangezien kattenziekte wordt veroorzaakt door een virus en aangezien er nog geen effectieve virusremmende medicatie tegen Parvo-achtige virussen op de markt is, bestaat er helaas geen doeltreffende behandeling tegen kattenziekte. Het enige wat we kunnen doen is de symptomen die door het virus veroorzaakt worden bestrijden. Dit kan op de volgende manieren:

  • Dwangvoeren: katten (en met name kittens!) die geen eten en drinken binnenkrijgen zullen snel verzwakken en uitdrogen.
  • Koortsremmer: koorts veroorzaakt een slechte eetlust, dus een koortsremmer kan helpen bij het herstel.
  • Anti-braak medicatie: dwangvoeren heeft enkel zin als het voedsel vervolgens niet weer uitgebraakt wordt. Daarnaast kan uitdroging het gevolg zijn van veelvuldig braken.
  • Infuus: katten die reeds uitgedroogd zijn dienen infuus toegediend te krijgen. Vaak wordt het ook gegeven om uitdroging te voorkomen.
  • Antibiotica: hoewel kattenziekte niet wordt veroorzaakt door een bacterie is het doorgaans toch zinvol om antibiotica te geven. Enerzijds om secundaire bacteriële infecties te voorkomen en anderzijds om overgroei van "slechte" bacteriën in de door het virus aangetaste darmen te bestrijden.

Ondanks bovengenoemde maatregelen sterft de meerderheid van de met kattenziekte geïnfecteerde kittens. Zodra één kitten uit een nest symptomen vertoont heeft het geen zin meer om dit kitten te scheiden van de andere kittens. De incubatietijd (de periode tussen de infectie met het virus en het daadwerkelijk optreden van symptomen) bedraagt namelijk enkele dagen, dus de kans is zeer groot dat de andere kittens ook al contact met het virus hebben gehad! Wel kan het zinvol zijn om het kitten apart te zetten om zodoende goed in de gaten te kunnen houden of het diertje eet en drinkt en hoe de ontlasting eruit ziet.

Aangezien het virus jarenlang in de omgeving kan overleven is het praktisch onmogelijk om alle virusdeeltjes uit de omgeving te krijgen. Wel is het mogelijk om het aantal virusdeeltjes aanzienlijk te reduceren door de ruimte waarin besmette kittens gezeten hebben goed te reinigen en desinfecteren. Dit houdt in dat niet alleen de kamer waarin de katten zitten, maar ook speeltjes, eet- en drinkbakjes, kattenbakken en transportmandjes behandeld moeten worden. Eerst wordt alles huishoudelijk gereinigd en vervolgens gedesinfecteerd met een middel waar het kattenziekte-virus gevoelig voor is.

 

Preventie

Gelukkig treedt er zelden een uitbraak van kattenziekte op. Dit is te danken aan het feit dat de meeste katten tegen kattenziekte worden gevaccineerd. Hierdoor hebben veel katten een goede bescherming tegen de ziekte en blijft de infectiedruk laag.

Doorgaans worden kittens op 9 en op 12 weken gevaccineerd tegen kattenziekte. Rond de leeftijd van 1 jaar dient de enting herhaald te worden. Vervolgens is het (afhankelijk van het gebruikte vaccin) voldoende om elke 2-3 jaar de enting tegen kattenziekte te herhalen.

Een probleem bij het vaccineren van kittens is de zogeheten maternale immuniteit. Elk kitten krijgt namelijk via de moedermelk antistoffen tegen kattenziekte binnen. De hoeveelheid antistoffen is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid antistoffen van de moederpoes en de hoeveelheid melk dat het kitten heeft opgenomen. De antistoffen die het kitten van de moederpoes gekregen heeft bieden bescherming tegen een infectie met kattenziekte. Helaas verhinderen de maternale antistoffen een goede reactie op een vaccinatie. Dus zolang er nog veel antistoffen van de moederpoes in het bloed van het kitten aanwezig zijn, heeft een enting niet het gewenste effect. De leeftijd waarop er nog maar weinig maternale antistoffen aanwezig zijn (en een enting dus zal aanslaan) is per individueel kitten verschillend en afhankelijk van meerdere factoren. Door de maternale immuniteit is het niet zinvol om kittens al op zeer jonge leeftijd in te enten en is het noodzakelijk om kittens minimaal twee keer te vaccineren!

Dierenkliniek Rijen
Hoofdstraat 16
5121 JE Rijen
T 01 61 - 22 06 00