Anaesthesie of narcose

Bij sommige dieren blijkt uit de ziektegeschiedenis en het lichamelijk onderzoek dat er sprake is van een gering of soms sterk verhoogd anaesthesie of narcoserisico. Dit wil zeggen dat de kans op problemen voor, tijdens en na de anaesthesie groter is dan bij een gezond dier. Het te verwachten positieve effect van de operatie moet worden afgewogen tegen het te verwachten negatieve effect van de anaesthesie.

Een voorbeeld: Een hond of kat eet niet meer vanwege ernstige tandproblemen, maar heeft ook een hartziekte. De beste behandeling voor het tandprobleem is het trekken van meerdere kiezen. Echter, een hartpatiënt met een vermindere pompfunctie van het hart heeft een grotere kans op problemen tijdens de anaesthesie. Niets doen is geen optie, de kat of hond gaat dood van de honger. Een anaesthesie en gebitsbehandeling is noodzakelijk.

Kortom, sommige patiënten met een verhoogd anaesthesierisico moeten toch onder anaesthesie gebracht worden. Omdat we in Dierenkliniek Rijen veel dieren met hartziektes en andere ernstige aandoeningen zien, is er veel ervaring in het zo veilig mogelijk onder anaesthesie brengen van risicopatiënten. Daartoe gaan we alsvolgt te werk.

Dieren waarbij een verhoogd risico wordt vermoed zijn alle hele jonge dieren (pups en kittens), ernstig zieke dieren, dieren met een hartruis, dieren met een onregelmatige hartslag, dieren met longproblemen, dieren met nierproblemen en zo voort. Om het verhoogde risico goed in te kunnen schatten is vaak meer onderzoek nodig, zoals bijvoorbeeld een hartecho, een longfoto of bloedonderzoek. Het is vervolgens van belang om dieren in een zo goed mogelijke toestand onder anaesthesie te brengen. Daarom is het soms eerst noodzakelijk om infuus toe te dieren of medicatie om bijvoorbeeld de hartfunctie te ondersteunen.

Bij dieren met een verhoogd risico worden meestal middelen toegediend die de hartfunctie, het hartritme en de bloeddruk zo min mogelijk beïnvloeden. Risicopatiënten zijn moeilijker in slaap te brengen, moeilijker in slaap te houden en moeilijker weer wakker te laten worden. Vaak kunnen risicopatiënten tijdens de anaesthesie niet goed ademhalen, waardoor ze constant beademd en extra bewaakt moeten worden. Deze middelen worden daarom niet bij gezonde laag risicopatiënten gebruikt. Daarvoor gebruiken we middelen die eenvoudiger te controleren zijn, waarvan de dieren rustiger wakker worden, maar met een groter negatief effect op de hartfunctie, hetgeen bij gezonde dieren geen probleem oplevert.

Kortom, de aanwezigheid van een hartziekte of een andere aandoening wil niet zeggen dat een anaesthesie niet mogelijk is. In Dierenkliniek Rijen proberen we er alles aan te doen om de kans op problemen zo klein mogelijk te houden.