Anaesthesiologie / Narcose

Op deze pagina kunt u meer lezen over anaesthesie of narcose, de anaesthesie van dieren met hartproblemen of andere ziektes en de zin en de onzin van standaard pre-anaesthetisch bloedonderzoek.

Inleiding
De anaesthesiologie is het vakgebied van het in slaap brengen (narcose), het in slaap houden en weer wakker laten worden van een patiënt voor een operatieve ingreep. Daarnaast behelst het vakgebied van de anaesthesiologie ook de pijnbestrijding voor, tijdens en na een operatieve ingreep.
Anaesthesie vormt een belangrijk deel van het werk van de dierenarts en de dierenartsassistente. Elke operatiepatiënt moet onder optimale omstandigheden in slaap worden gebracht, in slaap worden gehouden tijdens de operatie en gecontroleerd en pijnvrij weer wakker kunnen worden. Anaesthesie heeft als doel uw huisdier niet alleen te laten slapen, maar de lichaamsfuncties tijdens de slaap stabiel te houden en te bewaken, de spieren te laten verslappen, pijn te bestrijden en uw huisdier weer rustig wakker te laten worden.

Voor de anaesthesie: het pre-anaesthetisch onderzoek
De voorbereiding van de narcose begint met een algemeen lichamelijk onderzoek van de patiënt. Zo kan een globale indruk worden gekregen van de belangrijke lichaamsfuncties van uw huisdier en het anaesthesierisico worden ingeschat.
Op grond van de ziektegeschiedenis en de bevindingen tijdens het lichamelijk onderzoek, kan een inschatting worden gegeven over het anaesthesierisico. Elke anaesthesie is een risico en het risico van de anaesthesie moet afgewogen worden tegen de verwachte voordelen van de ingreep. Door middel van kennis en kunde voor, tijdens en na een operatie moet elk anaesthesie risico tot een minimum beperkt worden.
Is er sprake van een verhoogd risico, dan kan er aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn zoals onderzoek naar de hartfunctie, longfunctie of de functie van belangrijke organen zoals lever en nieren.

De voorbereiding van de anaesthesie
De toestand van de patiënt, de bevindingen van lichamelijk en aanvullend onderzoek en de aard van de ingreep bepalen de te gebruiken anaesthesiemiddelen. Er bestaat niet zoiets als het ideale anaesthesiemiddel en daarom kiezen we voor elke individuele dier de meest geschikte middelen. Voor de castratie van een gezonde jonge kater worden vaak hele andere middelen gekozen dan voor een ernstig zieke hond met een verstopping in de darmen.

Bij bijna alle operatiepatiënten wordt een zogenaamde braunule ingebracht. Daartoe wordt een stukje van de vacht van een voorpoot of achterpoot geschoren, waarna een soort kraantje in een ader wordt geplaatst. Hierdoor hebben we direct toegang tot de bloedvaten van de patiënt en kunnen we de slaapmiddelen, spierverslappers, pijnstilling en ander medicamenten direct in de bloedbaan inspuiten zodat ze snel en controleerbaar hun werk kunnen uitoefenen. Vooraf aan een operatie worden diverse middelen zoals pijnstillers, spierverslappers en indien nodig antibiotica al toegediend.

De feitelijke narcose (het in slaap brengen), begint met de inleiding of inductie. Uw dier krijgt middelen toegediend waardoor hij of zij in diepe slaap valt. Direct hierna wordt een buis (tube) in de luchtpijp gebracht (intuberen) waardoor een directe open verbinding naar de longen zeker wordt gesteld. Verdere voorbereidingen voor de ingreep of operatie worden getroffen en daarna wordt uw dier naar de operatiekamer gebracht.

Anaesthesie tijdens de operatie
In de operatiekamer wordt er alles aan gedaan om uw dier gecontroleerd en stabiel in slaap te houden. De buis in de luchtpijp wordt aangesloten op diverse beademingsslangen waarlangs narcosegas en zuurstof kunnen worden aangevoerd. Daarnaast wordt uw dier aangesloten op bewakingsapparatuur. Het hartritme, de ademhaling, de in- en uitgeademde lucht, de lichaamstemperatuur en de hoeveelheid zuurstof in het bloed worden constant gecontroleerd. De operatietafel is verwarmd om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Het nauwlettend oog van de dierenartsassistente en de dierenarts, ondersteund door de bewakingsapparatuur, garanderen een zo veilig mogelijke anaesthesie.

Na de operatie: het uitslapen

Na de operatieve ingreep is het zaak uw huisdier gecontroleerd en veilig wakker te laten worden. De narcosemiddelen raken uitgewerkt of worden opgeheven, waarna uw dier weer rustig bij volle bewustzijn moet komen.
In een rustige en warme omgeving krijgt uw huisdier de gelegenheid om wakker te worden, terwijl adequate pijnstilling ongemak na de operatie tot een minimum moet beperken. Tijdens het wakker worden (recovery), wordt uw huisdier natuurlijk goed in de gaten gehouden door dierenarts en assistentes.

Na de operatie: weer naar huis
Pas als uw huisdier volledig bij bewustzijn is en alle lichaamsfuncties naar behoren werken, mag hij of zij naar huis. Na de operatie blijft adequate pijnbestrijding van groot belang en daarom krijgen alle operatiepatiënt gedurende minstens 72 uur pijnbestrijding mee naar huis.

Anaesthesie van risicopatiënten: dieren met hartproblemen of andere ziektes
Bij sommige dieren blijkt uit de ziektegeschiedenis en het lichamelijk onderzoek dat er sprake is van een gering of soms sterk verhoogd narcoserisico. Dit wil zeggen dat de kans op problemen voor, tijdens en na de anaesthesie groter is dan bij een gezond dier. Het te verwachten positieve effect van de operatie moet worden afgewogen tegen het te verwachten negatieve effect van de anaesthesie.

Een voorbeeld: Een kat eet niet meer vanwege ernstige tandproblemen, maar heeft ook een hartziekte. De beste behandeling voor het tandprobleem is het trekken van meerdere kiezen. Echter, een hartpatiënt met een vermindere pompfunctie van het hart heeft een grotere kans op problemen tijdens de anaesthesie. Niets doen is geen optie, de kat gaat dood van de honger. Een anaesthesie en gebitsbehandeling is noodzakelijk.
Nog een voorbeeld: Een hond heeft een verstopping van de darmen door een opgegeten steen. De hond is zeer ernstig ziek, braakt en is uitgedroogd. Niets doen is geen optie en een buikoperatie om de steen te verwijderen is noodzakelijk.
Kortom, sommige patiënten met een verhoogd anaesthesierisico moeten toch onder anaesthesie gebracht worden. Omdat we in Dierenkliniek Rijen veel dieren met hartziektes en andere ernstige aandoeningen zien, is er veel ervaring in het zo veilig mogelijk onder anaesthesie brengen van risicopatiënten. Daartoe gaan we alsvolgt te werk.

Dieren waarbij een verhoogd risico wordt vermoed zijn alle hele jonge dieren (pups en kittens), ernstig zieke dieren, dieren met een hartruis, dieren met een onregelmatige hartslag, dieren met longproblemen, dieren met nierproblemen en zo voort. Om het verhoogde risico goed in te kunnen schatten is vaak meer onderzoek nodig, zoals bijvoorbeeld een hartecho, een longfoto of bloedonderzoek. Het is vervolgens van belang om dieren in een zo goed mogelijke toestand onder anaesthesie te brengen. Daarom is het soms eerst noodzakelijk om infuus toe te dieren of medicatie om bijvoorbeeld de hartfunctie te ondersteunen.

Bij dieren met een verhoogd risico worden meestal middelen toegediend die de hartfunctie, het hartritme en de bloeddruk zo min mogelijk beïnvloeden. Risicopatiënten zijn moeilijker in slaap te brengen, moeilijker in slaap te houden en moeilijker weer wakker te laten worden. Vaak kunnen risicopatiënten tijdens de anaesthesie niet goed ademhalen, waardoor ze constant beademd en extra bewaakt moeten worden. Deze middelen worden daarom niet bij gezonde laag risicopatiënten gebruikt. Daarvoor gebruiken we middelen die eenvoudiger te controleren zijn, waarvan de dieren rustiger wakker worden, maar met een groter negatief effect op de hartfunctie, hetgeen bij gezonde dieren geen probleem oplevert.

Kortom, de aanwezigheid van een hartziekte of een andere aandoening wil niet zeggen dat een anaesthesie niet mogelijk is. In Dierenkliniek Rijen proberen we er alles aan te doen om de kans op problemen zo klein mogelijk te houden.

Lees hier het verhaal van de kleine dappere Binche, een Sheltie pup die in dierenkliniek Rijen is onderzocht, gediagnosticeerd en vervolgens geopereerd aan een PDA (Persisterende ductus arteriosus)!

Standaard pre-anaesthetisch bloedonderzoek
Door sommige dierenartsen wordt geadviseerd om bij elk dier een screenend bloedonderzoek uit te voeren voor de anaesthesie om problemen tijdens de anaesthesie te voorkomen.
In Dierenkliniek Rijen voeren we geen standaard bloedonderzoeken uit voor een narcose. Dit doen we alleen als er uit ziektegeschiedenis en lichamelijk onderzoek een vermoeden is gerezen dat er ziekte aanwezig is die met behulp van een bloedonderzoek moet worden vastgesteld. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan een oudere kat die veel overgeeft, vermagert en meer drinkt maar ook een tumor in de huid heeft die verwijderd dient te worden.

Bij een ogenschijnlijk gezonde hond of kat, zonder voor eigenaar en dierenarts opvallende afwijkingen, is de meerwaarde van een screenend bloedonderzoek nihil. Dit behoeft enige toelichting.
Elke laboratoriumtest, dus ook elk bloedonderzoek kent een bepaalde foutmarge. We vinden een laboratoriumtest betrouwbaar als er in meer dan 95% van de gevallen een juiste uitslag wordt gegeven. Dit betekent dus dat bij elke screenend bloedonderzoek de kans op een foute laboratoriumuitslag maximaal 5 % is. De kans dat uw hond of kat een afwijking aan lever of nieren heeft terwijl hij of zij goed eet, levendig en actief is, niet afvalt en normaal drinkt, poept en plast is waarschijnlijk kleiner dan 1 %. Is er sprake van een te hoge of te lage uitslag van een laboratoriumtest, dan is het veel meer waarschijnlijk dat er sprake is van een onjuiste testuitslag dan van niet ontdekte ziekte.

Om deze reden voeren we in Dierenkliniek Rijen alleen onderzoeken uit voor een anaesthesie, als we op grond van ziektegeschiedenis en bevindingen bij lichamelijk onderzoek een ziekte vermoeden.